En tegelijkertijd maakt het me nieuwsgierig, naar nieuwe dingen. Naar de ruimte die het geeft om na te denken, fantaseren en creëren. En voelt het elke herfst ook als een soort nieuw begin, nieuw jaar.
Wat in wezen ook niet zo gek is, afsterven, de donkerte in gaan ís onderdeel van het groeien van iets nieuws. En dat is niet per se makkelijk, of fijn, of aangenaam. Maar het ís wel gewoon zo. Het is.
In weze werkt rouw net zo. Rouw frustreert, doet zeer, maakt verdrietig en het liefst ga je er head first tegen in.
We marchanderen, proberen te onderhandelen, verzetten ons vaak zó hard want dan moet het wel overgaan toch?
Nee. Dat doet het niet. Het doet wél zeer, het maakt je verdrietig, boos en gefrustreerd. Je wil niet kijken naar de mooie dingen die er wél zijn, want diegene is er niet meer.
Binnen een uitvaartweek zie ik het dan ook als mijn taak om “space te holden” voor het verdriet, voor de pijn en de rouw. En voornamelijk voor de liefde. Om jou een veilige plek te bieden waar dat mag zijn, waar het zeer doet maar oké is.
Oplossingen, laat staan pasklaar, zijn er namelijk niet. Het komt, in golven. Net als de zee, de getijden. Keihard tegen de stroom in zwemmen heeft geen zin en put je alleen maar uit. Dus haal adem wanneer het tij zich terugtrekt. En adem uit wanneer die golf op je inbeukt.

